Emma koopt yoghurt.
Ze kijkt op het etiket.
Daar staat belangrijke informatie.
Ze leest de ingrediënten.
Er zit melk en suiker in.
Ze leest de houdbaarheidsdatum.
De yoghurt is goed tot 10 maart.
Na die datum kan ze het niet eten.
Emma kiest een vers pak.
Ze betaalt bij de kassa.
Thuis zet ze de yoghurt in de koelkast.
• Etiket → Een sticker met informatie op een product.
• Ingrediënten → Wat erin zit.
• Houdbaarheidsdatum → Tot wanneer je iets kunt eten.
• Vers → Nieuw en goed om te eten.
The web page was started with Mobirise